Het was 1958
Het was 1958. Bart Hofmeester werd door een Defensiemedewerker op zijn vingers getikt. Of hij alsjeblieft geen foto’s van de Moerdijkbruggen meer wilde maken. Een jaar later liet de censuur de teugels iets vieren.
Het was 1958. Bart Hofmeester werd door een Defensiemedewerker op zijn vingers getikt. Of hij alsjeblieft geen foto’s van de Moerdijkbruggen meer wilde maken. Een jaar later liet de censuur de teugels iets vieren.
Het was de tijd van de wederopbouw. Nederland herrees, zoals het zo mooi in Polygoon-taal klonk. De groei van de Rotterdamse haven in de jaren 50 en 60. Maar het was ook de tijd van de Koude Oorlog. Nederlandse dienstplichtigen vertoefden maanden op kazernes in barakken op vlaktes in het noorden van Duitsland, als buffer in geval de Russische tanks richting westen zouden rollen. Nederland, met vooral de Rotterdamse haven, telde volgens het ministerie van Defensie talloze strategische doelwitten. Wegen, vaarwegen, bruggen, kades, opslagtanks, bunkers, kazernes, maar ook zendmasten, vliegvelden, noem maar op.
Achter de schermen bereidde de Nederlandse overheid zich voor op een dreigende inval vanuit het oosten. Niet alleen met een parate krijgsmacht. Een van de maatregelen die ook werd getroffen was de oprichting van de Nederlandse Censuur Dienst. Deze dienst, die in vredestijd uit een paar medewerkers bestond, zou in oorlogstijd, of tijdens de staat van beleg, worden opgeschaald naar zo’n 750 man. Er was een tak die zich bezighield met de PTT, ter controle van brieven, telegrammen en telexberichten. En een afdeling die zich richtte op de censuur van perspublicaties, radio- en tv-uitzendingen.
Eind jaren 60 was er nog een uitgebreide discussie met een delegatie van hoofdredacteuren, over de afspraken die de krijgsmacht met de journalisten wilde maken. Dat leidde tot een gentlemens agreement over wat wel en niet gepubliceerd mocht worden. Ook het ANP, het Algemeen Nederlands Persbureau, zou in geval van dreiging met controle te maken krijgen. Vooral om de buitenlandse berichtgeving die via de telex binnenkwam in de gaten te houden. In het Nationaal Archief in Den Haag geven de stukken die nu ter inzage liggen een gedetailleerd inkijkje in de voorbereidingsfase. ,,De ruimte voor de censor bij het ANP zal niet zo’n probleem zijn,’’ is in een van de notities te lezen. ,,Want de hele sportredactie zal worden opgedoekt.’’
Het meeste werk voor de NCD-medewerkers zou het screenen van post zijn. De lijst met aandachtspunten was onuitputtelijk. Voorkomen moest worden dat de vijand zich een beeld kon vormen van de sterkte van de Nederlandse defensie, maar ook van de gevolgen van de gevechten. Gevoelige militaire informatie was vertrouwelijk – welke eenheden bevonden zich waar, hoeveel materieel was er beschikbaar, hoe was de bevoorrading – maar ook gegevens over gewonden en gesneuvelden (zelfs in rouwadvertenties), over scheepsbewegingen, over de aanleg van kabels, leidingen en locaties van belangrijke fabrieken.
In het Handboek voor de censor is te lezen hoe scherp de medewerker moest zijn bij het checken van de post. Tot zijn taken behoorde het controleren van brieven van burgers. Maar het ging er ook om de geheime berichten van spionnen te herkennen en te onderscheppen. De tips waren legio. ,,Het is mogelijk een foto te verkleinen tot circa een halve vierkante millimeter, zodat zij op de plaats van een stip in een getypte brief kan worden geplaatst, en haar daarna weer tot leesbare grootte terug te brengen. Men spreekt van micropunten,’’ aldus een instructie. De censor moest letten op cijferreeksen in een tekst, eigenaardigheden in stijl of afwijkende letters, op verkleuringen in het papier (,,Die kunnen duiden op chemicaliën. Tot de uitrusting van het bureau behoort een UV-lamp.’’), op vreemde postzegels (waarin codes verborgen kunnen worden). Van alles kon wijzen op gecodeerde boodschappen. ,,Let op afleidende elementen, zoals naaktfoto’s,’’ luidde een van de tips.
Niets werd in geval van een oorlogsdreiging aan het toeval overgelaten. Voor het afluisteren van telefoongesprekken lagen de technische instructies klaar. In het hoofdkantoor van de PTT in Amsterdam bijvoorbeeld was een speciale schakelkast aangebracht. In een handleiding werd punt voor punt aangegeven hoe er met een gesprek kon worden meegeluisterd.
Deze censuurdienst hoefde echter nooit in actie te komen. De eenheid was bedoeld voor een oorlogssituatie of de staat van beleg. Zover is het na de Tweede Wereldoorlog nooit gekomen. Maar er was nog een censuurafdeling, en daar hebben Bart Hofmeester en alle luchtfotografen decennia mee te maken gehad.
Al sinds de Eerste Wereldoorlog was duidelijk dat informatie vanuit de lucht cruciale informatie kan bevatten voor de strijdende partijen. Eind jaren 30, toen de spanningen in Europa opnieuw naar een hoogtepunt opliepen, werkte de overheid aan nieuwe regels. In het kader van de Luchtvaartwet werd een vergunningstelsel ingevoerd. Het werd verboden ‘zonder vergunning van Onzen Minister van Defensie, van luchtvaartuigen, zweefvliegtuigen en valschermen uit fotografische of cinematografische opnamen van het grondgebied te maken of te doen maken’.
Gewone passagiers moesten hun camera bij de gezagvoerder inleveren. Die was verplicht het toestel tijdens de vlucht goed op te bergen, op een verzegelde plek. Luchtfoto’s waarvoor toestemming was verleend, mochten na afloop niet worden bewerkt. Ook was het niet toegestaan allerlei beschrijvingen toe te voegen. Wie zich niet aan de regels hield, liep het risico vervolgd te worden. Een overtreding werd bestraft ‘’met hechtenis van ten hoogste 4 maanden of een geldboete van ten hoogste duizend gulden’’, aldus de vermelding van het regeringsbesluit in het staatsblad.
De datum van uitgifte van Koninklijk Besluit nummer 540 – gericht op het beschermen van het Nederlandse grondgebied – is bijzonder wrang. ,,Uitgegeven den tienden Mei 1940’’, prijkt onderaan de door Wilhelmina ondertekende regels. Het was de dag dat de Duitse troepen Nederland binnenvielen en voor ons land de Tweede Wereldoorlog begon.
Tijdens zijn naoorlogse carrière als luchtfotograaf kreeg Bart Hofmeester te maken met de toepassing van de strikte regels. In de volksmond ‘de censuur’ genoemd. Aanvankelijk was het toezicht streng. Soms kreeg Hofmeester een belletje van een Defensiemedewerker, die hem vriendelijk doch dringend verzocht om die en die brug er voortaan niet meer volledig op te zetten. In de loop der jaren liet Defensie de teugels vieren, maar controle werd tot begin van deze eeuw uitgeoefend.
In de praktijk kwam het erop neer dat de negatieven eerst langs de censuur moesten. Oud-medewerker van Hofmeester, Hans Bakker, toog na een fotovlucht geregeld met de negatieven of contactafdrukjes naar Den Haag. De dienst was gevestigd aan het Noordeinde, vlak bij het koninklijk paleis, herinnert Bakker zich. In de beginperiode werden de negatieven met objecten die Defensie liever niet in dossiers in Moskou zag opduiken, onbruikbaar gemaakt. Ze werden natgemaakt. Bakker: ,,Maar wat krijg je als je negatieven nat maakt? Die gaan bobbelen. Je verprutst het negatief en die beelden konden niet meer worden afgedrukt. Die kon je weggooien. Of ze knipten de geheime doelen eraf. Maar ook dat knippen had weer nadelen. Want daardoor pasten de negatieven niet meer in de opslaghouders. Bart heeft toen aangegeven: doe dat niet meer zo.’’
De Defensiemedewerkers gaven daar gehoor aan. Voortaan gaven ze met krijt aan wat ze als gevoelige informatie beschouwden.
De medewerkers van de censuur namen hun taak serieus. Het was geen wassen neus. Een schaduw van een communicatiemast was al voldoende om een foto af te keuren voor publicatie.
Werd Hofmeester een enkele keer op zijn vingers getikt, ook collega-fotografen ontkwamen niet aan het wakend oog van Defensie. In 1986 raakte een fotograaf in Noord-Holland twee maanden zijn vergunning kwijt, omdat hij in opdracht van de gemeente een luchtfoto had gemaakt van de haven van Den Helder. Dat was weliswaar in overleg met de inlichtingendienst van de marine, maar de uiteindelijke beoordeling had door de speciale censuurdienst voor luchtfotografie moeten worden gedaan. En die had toch nog een geheim object op de foto ontdekt.
Aanvankelijk werd het incident nog door de vingers gezien. Tot duidelijk werd dat de foto open en bloot in de raadszaal hing te pronken. De lijst kon van de muur. De gemeente, die de foto nodig had voor een project, was niet voor een gat te vangen. Met een hoogwerker van de brandweer werden nieuwe foto’s gemaakt. Ook vanuit de hoogte, en ook met militaire objecten erop. Maar niet vanuit een luchtvaartuig. En dus niet verboden.
Datzelfde jaar was er nog een aanvaring tussen de marine en de censuurdienst. Voor een woningbouwexpositie in Amsterdam was op een brochure een luchtfoto geplaatst van het marinecomplex Kattenburg, achter het Maritiem Museum. Het geheime deel van de Marinekazerne Amsterdam (MKAD) was in overleg met de marine netjes weggekrast. Het was aanleiding voor een brief op poten van de landmacht richting marine.
,,Na een bezoek aan de tentoonstelling ‘’Het IJ geopend, de binnenstad dicht’’, werd uit het ter plaatse verzamelde materiaal duidelijk dat de Lufo-regeling – indien deze zonder overleg en op de letter wordt uitgevoerd – tot een ongewenst resultaat kan leiden. Zelden werd de ligging van de MKAD duidelijker aangegeven als op de foto van de tentoonstellingsbrochure. Mocht de luchtfoto onvoldoende duidelijk zijn, dan is aan de binnenzijde nog een plattegrond beschikbaar. Wellicht is het zinvol tot herwaardering van de klasse-indeling te komen. In elk geval zou het goed zijn dat de landmachtstaf, daar waar een afweging ten aanzien van marineobjecten gemaakt moet worden, vooraf overleg kan voeren, zodat bovenomschreven toestanden voorkomen kunnen worden.’’ De brief was ondertekend door een stafofficier van de inlichtingendienst.
De regelgeving waarmee Hofmeester en zijn collega’s te maken hadden, was in 1959 vastgelegd in een Koninklijk Besluit, dat de oude regels uit 1940 verving. Uitgangspunt was dat het boven Nederland verboden was om luchtfoto’s te maken, tenzij je een vergunning had. En die vergunning gaf aan dat foto’s ter controle aan Defensie voorgelegd moesten worden. Bij overtreding kon iemand worden vervolgd volgens artikel 430 in het Wetboek van Strafrecht. Dat was de stok achter de deur. Evenals de dreiging dat de vergunning zou worden ingetrokken. Controle van het verbod op fotograferen van militaire objecten vanaf de grond was niet zo moeilijk te organiseren. Terreinen konden worden afgezet en beveiligd. Vanuit de lucht was dat een ander verhaal. Vandaar dat heel het luchtruim met de regels werd afgedekt. Opmerkelijke uitzondering waren lijnvluchten vanuit en naar het buitenland. Een Russisch toestel dat over Nederland vloog, hoefde dus geen toestemming voor luchtfoto’s te hebben.
Het Koninklijk Besluit uit 1959 werd in 2013 opgeheven. De laatste jaren voorafgaand aan het intrekken van het vergunningstelsel, stond de censuur al op een laag pitje. De dienst, een afdeling van het Bureau Industrie Veiligheid en onderdeel van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD), telde op het eind nog twee medewerkers die één dag in de week een zogeheten LuFo-dag hadden. Ze waren vooral druk met de administratieve rompslomp van de 1200 vergunningen. ,,Vergelijk het met een ambtenaar die visvergunningen verleent, die loopt zelf ook niet langs de slootkant om hengelaars te controleren,’’ vertelt de medewerker die bij de dienst werkzaam was in de periode dat de censuur op zijn eind liep.
In zijn tijd kregen de fotografen een zogeheten restrictiekaart. Dat was een landkaart van Nederland, met daarop gebieden en terreinen aangegeven waar volgens Defensie vitale objecten stonden. Kazernes, opslagtanks, vliegvelden, maar ook haveninstallaties en stuwen. Soms alleen een communicatiemast. Ook koninklijke paleizen vielen onder het publicatieverbod. Alleen, paleizen waren geen militaire objecten. ,,Daar werd het volgende op gevonden: bij elk paleis staat wel een wachthuisje van de marechaussee. En laat dat nu wel onder de verboden objecten vallen.’’
Dat het vergunningstelsel uiteindelijk werd ingetrokken had te maken met een aantal factoren. Het verbod viel vrijwel niet meer te controleren. ,,Er was geen houden meer aan.’’ Met de komst van de smartphone en sociale media kon iedereen erop los fotograferen. Het aantal rondvluchten en ballonvaarten loopt in de duizenden per jaar.
Maar er waren meer argumenten. Het oorspronkelijke doel van het Koninklijk Besluit uit 1959 was – zo staat in de nota die de beëindiging van de regels toelichtte – ‘om te voorkomen dat buitenlandse mogendheden zich vanuit de lucht een beeld konden vormen van de precieze aanwezigheid van de krijgsmacht op de verschillende locaties in Nederland’. Sinds de val van de Berlijnse muur in 1989 namen aanvankelijk de spanningen aan de Europese oostgrens af. Geleidelijk werd de informatievoorziening over militaire aangelegenheden steeds meer openbaar. Tijdens Open Dagen zet Defensie zelf de poorten open voor bezoekers. En in publicaties of op websites van Jane’s, dat de militaire ontwikkelingen wereldwijd op de voet volgt, is gedetailleerde informatie te vinden over de sterkte van de krijgsmacht. ,,De vijand hoeft geen luchtfoto’s meer te zien om iets van Nederland te weten.’’
Bovendien nam de techniek een grote vlucht. Het toezicht op luchtfoto’s bleek achterhaald door de opkomst van geavanceerde satellietfotografie. ,,Internationale bedrijven als Google Earth en Microsoft Virtual Earth maken met commerciële satellieten haarscherpe foto’s van militaire locaties’’, aldus de Nota van Toelichting over het intrekken van het vergunningstelsel. Met andere woorden, de censuur had geen zin meer.
Is het daarmee einde verhaal? Nee, want tegelijk met het intrekken van het Koninklijk Besluit uit 1959 (waarna het voortaan niet langer verboden was om boven Nederland vanuit een luchtvaartuig opnames te maken) werd een verlofregeling van kracht. In artikel 430 van het Wetboek van Strafrecht staat dat ‘Hij die zonder verlof van het bevoegd gezag een opname maakt van enig militair werk, wordt gestraft met…’’ De regeling die nu in het leven werd geroepen, houdt in dat de minister van Defensie algemeen verlof verleent tot het maken van opnamen van militaire werken vanuit de lucht. Hiermee is feitelijk het maken van luchtfoto’s boven heel Nederland vrijgegeven.
Werd de luchtfotografie zonder controle helemaal vrijgegeven? Ook dat niet. Defensie houdt een vinger in de pap. Mochten de omstandigheden ooit weer veranderen, dan kan de verlofregeling namelijk eenvoudig worden ingetrokken en treedt automatisch dat artikel 430 weer in werking. Ook voor opnames vanuit de lucht.
Zijn de militaire vliegvelden, kazernes en andere infrastructuur van Defensie op dit moment dan vogelvrij? ,,Nee,’’ maakt de MIVD-medewerker duidelijk. ,,Het blijft in beginsel verboden om zonder toestemming foto’s te maken van militaire werken. Dat verbod blijft – volgens artikel 430 – gehandhaafd voor opnames vanaf de grond. Want het verlof geldt alleen voor beelden vanuit de lucht. Bovendien geldt boven een aantal regio’s, waaronder Den Haag en militaire vliegvelden, een algeheel vliegverbod. Als je er niet mag vliegen, kun je er ook geen foto’s maken.’’
De hamvraag is: heeft het allemaal zin gehad? Hebben we het de vijand – natuurlijk vooral de Russen ten tijde van de Koude Oorlog – moeilijk gemaakt? Bevatten hun aanvalsplannen gaten dankzij de strenge regels die decennialang golden? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Wellicht dat in de krochten van de archieven in Moskou meer duidelijkheid is te vinden.
Feit is dat de Russen wel moeite deden om een beeld te krijgen van militaire installaties in ons land. In zijn boek De spionnen van Aeroflot doet Dick van der Aart uit de doeken hoe Moskou de burgervluchten van de staatsluchtvaartmaatschappij gebruikte voor spionagevluchten. Hij geeft mooie voorbeelden van toestellen die ter hoogte van bijvoorbeeld vliegbasis Woensdrecht opeens een verdachte duikvlucht maakten. Of even van de toegestane route afweek om bijvoorbeeld over Den Helder te vliegen. Diplomatieke protesten die werden ingediend kregen veelal pas maanden later een reactie. En die kwam er vaak kort gezegd op neer dat de bemanning zich netjes aan de afspraken met de luchtverkeersleiding hadden gehouden. Of dat het toestel bijvoorbeeld moest uitwijken vanwege slecht weer.
Uit het Algemeen Dagblad van 20 juni 2020: geheime militaire stafkaarten van het Rode Leger tonen verbluffende details van ons land tijdens de Koude Oorlog.
Klik op de afbeelding om het artikel op ware grootte te lezen